sluit deze melding Om www.accredidact.nl goed te laten functioneren maakt deze website gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid
WinkelmandjeBekijk/wijzig inhoud ×
  • Er zitten geen programma's in het winkelmandje.

Menu

2014/3

Bijwerkingen van lithiumgebruik

Auteurs: M.B. Rookmaker en M. van der Poel
3
Accreditatiepunten verlopen op: 17 november 2016
Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden gekocht.

Samenvatting

Lithium is de meest effectieve therapie voor patiënten met een bipolaire stoornis en is een belangrijke stap in de behandeling van therapieresistente (unipolaire) depressie. In de westerse samenleving gebruikt naar schatting 1 à 2 op de 1000 inwoners lithium en het gebruik neemt toe. In Nederland gebruiken ongeveer 34.000 patiënten lithium; dat is dus een hoge incidentie van 2 : 1000. Lithiumgebruik is geassocieerd met bijwerkingen op diverse orgaansystemen zoals de schildklier, de huid en de nieren. Vanwege deze bijwerkingen is het raadzaam periodiek laboratoriumonderzoek te laten verrichten, zoals vermeld in de richtlijn Bipolaire stoornissen van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
Recentelijk is de richtlijn van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie verschenen met concrete adviezen ten aanzien van de diagnostiek en behandeling van de renale bijwerkingen van chronisch lithiumgebruik. Omdat het onderzoek bij mensen naar het ontstaan en de behandeling van deze bijwerkingen beperkt is, zijn de adviezen in deze richtlijn voor een groot deel gebaseerd op celkweek en dierexperimenteel onderzoek. Voor deze nascholing van AccreDidact is de richtlijn Renale bijwerkingen chronisch lithiumgebruik van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (2013) als basis gebruikt.

In de richtlijn komt eveneens het effect van lithium op de bijschildklier aan de orde. Het effect van lithium op de schildklier staat niet in de richtlijn beschreven, maar wordt wel in deze nascholing besproken.
Lithium heeft een krappe therapeutische index; dat wil zeggen, dat het verschil tussen de minimale werkzame concentratie en de maximale niet-toxische dosis klein is. Lithiumspiegels moeten daarom nauwgezet gehandhaafd worden. Omdat lithium voornamelijk door de nier wordt uitgescheiden, wordt in onderdeel A1 een korte introductie in de nierfysiologie worden gegeven, gevolgd door de specifiek renale hantering van lithium. Vervolgens wordt er aandacht besteed aan de interactie van lithium met andere medicamenten. Daarna worden de verschillende renale bijwerkingen van lithium besproken: lithiumnefropathie, renale diabetes insipidus, nefrotisch syndroom en niercysten. Vervolgens zijn er twee onderdelen met achtereenvolgens effecten van lithium op de schildklier en die op de bijschildklier.

Accreditatie

Voor dit nascholingsprogramma is onder ID192626 voor 3 punten accreditatie toegekend.

Inhoud

BLOK A    Lithium en de nier
A1    Fysiologie van de nier en in relatie tot lithium
A2    Renale diabetes insipidus
A3    Chronische nierinsufficiëntie
A4    Overige renale bijwerkingen

BLOK B    Lithium en de schildklier
B1    Fysiologie van schilklierhormoonproductie
B2    Lithium en de schildklier
B3    Behandeling van lithiumgeïnduceerde hypothyreoïdie.

BLOK C    Lithium en de bijschildklier
C1    Lithiumgebruik en calciumhomeostase
C2    Lithium en hypercalciëmie
C3    Behandeling van lithiumgeassocieerde hypercalciëmie

Actie en verantwoording
Nadere bespreking van vragen en casuïstiek
Literatuur

Auteurs

Maarten Rookmaaker is als opleider nefrologie en onderzoeker werkzaam bij de afdeling Nefrologie en Hypertensie in het UMC Utrecht. Tevens is hij mede auteur van de richtlijn Renale bijwerkingen chronische lithium gebruik van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie.
Belangenconflicten: geen.

Marcel van der Poel is internist en werkzaam bij de Parnassiagroep. Als consulent is hij verbonden aan de poliklinieken bipolaire stoornissen en eetstoornissen van PsyQ-Rijnmond.
Belangenconflicten: geen.

Doelstellingen van dit nascholingsprogramma

Na afloop van het nascholingsprogramma:

  • weet u hoe lithium door de nier wordt uitgescheiden en welke factoren daarop invloed hebben;
  • kunt u de meest voorkomende renale bijwerkingen van lithium op de nier herkennen en behandelen;
  • weet u hoe lithium de vorming van actief schildklierhormoon remt en de bijschildklier minder gevoelig maakt voor serumcalcium;
  • kunt u de meest voorkomende bijwerking op de (bij) schildklier herkennen en behandelen.

Bronnen bij dit programma

Let op: toegang tot aanvullende content is voorbehouden aan deelnemers

Video's bij dit programma

Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden gekocht.

  • NVVP

    NVVP

Inloggen