WinkelmandjeBekijk/wijzig inhoud ×
  • Er zitten geen programma's in het winkelmandje.

Menu

2019/1

Betrouwbaarheid van diagnostiek - Het klinisch oordeel en gebruik van instrumenten

Auteurs: Heijden, P., Hendriks, M en Grootens, K.P.
3
Accreditatiepunten te behalen tot: 12 maart 2021

Niets is zo bedrieglijk als het klinisch oordeel. Clinici blijken, in  tegenstelling tot wat zij zelf hierover denken, relatief slecht in het oordelen over en voorspellen van menselijk gedrag. Een klassieke, illustratieve studie in dit verband is Rosenhan’s On being sane in insane places, waarbij acht ‘gezonde mensen’ zich als patiënten bij twaalf verschillende ziekenhuizen in de Verenigde Staten hadden aangemeld. Bij intake rapporteerden ze dat ze stemmen hoorden met de woorden ‘leeg’, ‘hol’, ‘plof ’ en verder rapporteerden ze geen aanvullende symptomen. Alle
pseudopatiënten werden, zonder uitzondering, opgenomen. Tijdens de opname gedroegen ze zich zoals ze in het normale leven ook deden en ze stopten met het voorwenden van de symptomen. Gemiddeld verbleven deze vermeende patiënten negentien dagen in de kliniek.
De ontslagbrieven vermeldden elf keer schizofrenie in remissie en één keer manisch depressieve psychose in remissie als diagnose.
Er werd met ongeloof en veel kritiek op deze studie gereageerd. Sommige collega-psychiaters stelden zelfs dat dit in hun kliniek niet zou kunnen gebeuren. Rosenhan stelde om deze reden voor om in een periode van drie maanden een x-aantal pseudopatiënten naar een gerenommeerde psychiatrische kliniek te sturen en hij nodigde de staf van de kliniek uit om
het aantal ingestuurde pseudopatiënten te detecteren. In de betreffende kliniek werden in die periode van drie maanden 193 patiënten beoordeeld. Van hen werden er 23 door minimaal een psychiater (en soms ook nog door andere stafleden) als pseudopatiënt beoordeeld. Rosenhan
had echter geen enkele pseudopatiënt naar de betreffende kliniek gestuurd.

In deze nascholing verdiepen we ons eerst in de betrouwbaarheid van het klinisch oordeel van diagnoses. Wellicht lezen de recente resultaten van wetenschappelijk onderzoek naar klinische oordelen in eerste instantie als een ‘ongemakkelijke waarheid’. Echter, het doel van deze nascholing is juist ook om zowel de waarde van het ongestructureerde klinisch oordeel
op basis van patroonherkenning als de systematische ‘statistische’ methode uit te diepen om zo uw praktijkvoering te kunnen verbeteren. Aanvullend psychologisch testonderzoek om de diagnostiek te verfijnen, heeft een grote vlucht genomen en kan veel bijdragen aan wetenschap
en dagelijkse praktijk. De meeste psychiaters zijn echter niet geschoold om deze vorm van diagnostiek te integreren in hun diagnostisch oordeel. Deze nascholing geeft een aanzet om meer begrip te krijgen voor testdiagnostiek, dat veelvuldig wordt ingezet in de dagelijkse
praktijk. De psychologische en psychiatrische wetenschap kunnen beide veel bijdragen aan de diagnostiek in de dagelijkse GGz-zorg en de auteurs hopen dat deze nascholing bijdraagt aan relativering en verbetering van uw diagnostische oordeel.

Inhoud

Blok A Betrouwbaarheid van diagnostisch onderzoek
A1 De feilbaarheid van het klinisch oordeel
A2 Weerstand tegen het statistisch oordeel
A3 Heuristieken

Blok B Wat te doen om ons oordeel te verbeteren?

B1 Het gebruik van psychologische tests
B2 Kenmerken van psychologische tests
B3 Domeinen van onderzoek
B4 Intelligentie
B5 Persoonlijkheid en psychopathologie
B6 Indicatiestelling voor psychodiagnostisch onderzoek

Actie en verantwoording
Nadere bespreking van de vragen en casuïstiek
Literatuur
Afsluitende toets

Accreditatie

Voor dit nascholingsprogramma is onder ID 349775 voor 3 punten accreditatie toegekend.

Over de auteurs

Paul van der Heijden is klinisch psycholoog. Hij is P-opleider bij GGz-instelling Reinier van Arkel en aldaar ook werkzaam als clinicus en onderzoeker bij het Centrum voor Adolescentenpsychiatrie.
Daarnaast is hij als onderzoeker verbonden aan het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is plaatsvervangend hoofdopleider en hoofddocent psychodiagnostiek voor de opleiding tot klinisch psycholoog van SPON.

Marc Hendriks is klinisch neuropsycholoog en als zodanig werkzaam bij het Academisch Centrum voor Epileptologie, Kempenhaeghe, in Heeze. Daarnaast werkt hij als universitair docent en onderzoeker bij het Donders Institute for Brain, Cognition and Behaviour van de Radboud Universiteit, Nijmegen. Hij is hoofddocent psychodiagnostiek voor de opleiding tot
klinisch psycholoog bij RinoZuid in Eindhoven.

Koen Grootens is opleider medisch specialisten bij GGz-instelling Reinier van Arkel. Daarnaast is hij als psychiater-klinisch farmacoloog werkzaam bij de poli bipolaire stemmingsstoornissen van Reinier van Arkel en heeft hij een second opinion poli op het gebied van farmacotherapie. Hij
is tevens verbonden aan de multidisciplinaire vakgroep klinische farmacologie van het Jeroen Bosch ziekenhuis en is actief in wetenschappelijk onderzoek op het gebied van psychofarmaca,
bipolaire stoornissen en gedeelde besluitvorming.

Belangenconflict: de drie auteurs werken samen in onderwijs- en onderzoeksverband op het gebied van kwaliteit van psychiatrische en psychologische diagnostiek.

Doelstellingen van dit nascholingsprogramma

Na afloop van deze nascholing:

  • heeft u een breder inzicht in betrouwbare diagnostiek in de psychiatrie en kent u voor- en nadelen van verschillende  diagnostische methoden;
  • weet u meer over psychologisch testonderzoek en wat er mogelijk is aan aanvullend onderzoek voor een aantal veelvoorkomende probleemvelden;
  • kunt u beter in gesprek gaan met uw collega-psychologen als het gaat over diagnostische overwegingen en aanvullend testonderzoek;
  • heeft u een aantal handreikingen gekregen om bronnen van bias in diagnostiek tegen te gaan.

Bronnen bij dit programma

Let op: toegang tot aanvullende content is voorbehouden aan deelnemers

  • NVVP

    NVVP

Inloggen