WinkelmandjeBekijk/wijzig inhoud ×
  • Er zitten geen programma's in het winkelmandje.

Menu

2020/1

Nazorg bij implantaten

Auteurs: Blom, E.J., en Van der Avoort, P.G.G.L.,
4
Accreditatiepunten te behalen tot: 8 september 2022

Accrediterende instanties:

Samenvatting

Na het plaatsen van implantaten en suprastructuren is periodieke nazorg noodzakelijk. De belangrijkste complicaties zijn ontsteking van het peri-implantaire weefsel, al dan niet in combinatie met botafbraak, en een kapotte of slecht functionerende suprastructuur. Bij elke periodieke controle wordt met diagnostische middelen en klinische parameters bekeken in welk van de drie nazorgprotocollen de patiënt het best ondergebracht kan worden. Iemand die een acute of recidiverende peri-implantitis heeft, dient niet in een nazorg- maar in een behandelprotocol geplaatst te worden. De protocollen bestaan uit een aantal vaste onderdelen, zoals het optimaliseren van de mondhygiëne, het controleren van de gezondheid van de peri-implantaire weefsels, en het nalopen en onderhouden van de prothetische constructie. Als er bij het doorlopen van het protocol problemen worden gesignaleerd, kan er tijdig actie worden ondernomen. Daardoor gaat er van nazorgprotocollen ook een preventieve werking uit.

Peri-implantaire mucositis is te genezen als de patiënt gemotiveerd is om zijn mond dagelijks schoon te houden en de aangebrachte prothetische voorzieningen hiervoor geen belemmering zijn. Peri-implantitis is echter tot op de dag van vandaag moeilijk te behandelen. Het tot staan brengen van de ontsteking is veelal het maximaal haalbare behandelresultaat. Dit komt doordat het zelfs met een chirurgische benadering onzeker is of we het ruwe implantaatoppervlak voldoende kunnen decontamineren. Op grote schaal wordt onderzoek gedaan naar botregeneratie en re-osseointegratie. De resultaten ervan zijn echter wisselend. Patiënten die met succes voor peri-implantitis behandeld zijn, belanden daarom levenslang in het nazorgprotocol voor peri-implantitis.

Nazorgprotocollen voor patiënten met implantaten zijn niet eensluidend. Er is vooral discussie over de behandelfase van de diverse protocollen. Om tot een wetenschappelijk onderbouwde behandelaanpak te komen is nog veel klinisch onderzoek nodig.

Accreditatie

Voor dit nascholingsprogramma is voor vier punten Q-Keurmerk-accreditatie en KRM-erkenning aangevraagd onder ID 405573/448038.

Inhoud

1 Woord vooraf      
2 Peri-implantaire ontstekingen
3 Risicofactoren
4 Diagnostische middelen en klinische parameters
5 Reiniging
6 Protocollen voor de nazorg

Auteur

Gordon van der Avoort is tandarts-parodontoloog en tandartsimplantoloog in ruste. Hij is een van de oprichters van de Verwijspraktijk voor Tandheelkunde in Amsterdam. Vanaf 1978 was hij als docent verbonden aan de afdeling Parodontologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam en later aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). In 1995 stapte hij over van de afdeling Parodontologie naar de afdeling Orale implantologie. Tot 2011 was hij daar als chef de clinique actief betrokken bij het begeleiden van de TIO’s (tandarts implantologen in opleiding). Daarnaast heeft hij diverse postacademische cursussen gegeven in de parodontologie en de orale implantologie. Tot op de dag van vandaag houdt hij zich bezig met biologische en technische complicaties bij implantaten.

Dr. Erik Blom is in 1989 afgestudeerd als tandarts aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). In 1994 werd hij medewerker bij de afdeling Orale implantologie van het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) en heeft hij zich aldaar gespecialiseerd in de prothetische en de esthetische tandheelkunde. In 2001 promoveerde hij op een proefschrift over botregeneratie met groeifactoren. In datzelfde jaar begon hij een praktijk in Blaricum (de Tandheelkunde Kliniek) waarin hij naast de algemene tandheelkunde veel aandacht besteedt aan patiënten bij wie uitgebreide tandheelkundige behandeling geïndiceerd is. In 2002 heeft hij zijn opleiding in de implantologie met succes afgerond en het diploma Master of Science in de orale implantologie behaald. Momenteel begeleidt hij parttime de TIO’s van ACTA. Van zijn hand verschenen meerdere artikelen. Daarnaast is hij een bekende spreker op nationale en internationale congressen en geeft hij verschillende nascholingscursussen.

Doelstellingen

Na het doorlopen van deze eLearning kun je:

  • het belang van periodiek onderhoud van implantaatgedragen constructies aangeven en uitleggen hoe ze onderhouden moeten worden;
  • aangeven hoe patiënten met implantaatgedragen constructies zelf hun mondhygiëne op het vereiste niveau kunnen houden;
  • het disfunctioneren van een suprastructuur vaststellen;
  • aangeven wanneer er sprake is van overbelasting van een implantaat;
  • uitleggen hoe peri-implantaire ontstekingen ontstaan en hoe ze verlopen;
  • de invloed van de biofilm op het implantaatoppervlak beschrijven;
  • de risicofactoren van peri-implantitis en mucositis benoemen;
  • de juiste middelen kiezen waarmee peri-implantaire aandoeningen klinisch en röntgenologisch kunnen worden gediagnosticeerd;
  • de verschillende nazorgprotocollen onderscheiden;
  • beschrijven hoe en met welke instrumenten het implantaatoppervlak professioneel gereinigd kan worden.

 

Accrediterende instanties:

Inloggen