sluit deze melding Om www.accredidact.nl goed te laten functioneren maakt deze website gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid
WinkelmandjeBekijk/wijzig inhoud ×
  • Er zitten geen programma's in het winkelmandje.

Menu

2012/1

Fluor vaginalis

3
Accreditatiepunten verlopen op: 2 april 2014
Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden gekocht.

Samenvatting

Het is normaal dat een vrouw meer of minder afscheiding heeft uit de schede. Deze afscheiding heet fluor en omdat deze afscheiding uit de schede ofwel de vagina komt, spreken we van fluor vaginalis.
Fluor vaginalis heeft een vrouw op bijna alle leeftijden.
Een huisarts met een normpraktijk krijgt ongeveer tweemaal per week een vrouw op het spreekuur met klachten over (niet-bloederige) afscheiding uit de vagina, zoals we de schede verder in dit programma zullen noemen. Kortweg zeggen we dat ze fluor vaginalis klachten heeft. Als een vrouw klachten heeft over de afscheiding, dan is er meer afscheiding dan ze van zichzelf gewend of er is jeuk bij de afscheiding of er is een aparte geur. Ook de kleur van de afscheiding kan anders geworden zijn.
Een vrouw kan aan de telefoon of aan de balie zeggen: ‘ik heb last van witte vloed’. Dan bedoelt ze de zojuist genoemde afwijkingen of veranderingen van de normale afscheiding. Bij deze afwijkingen en veranderingen staan we stil in dit nascholingsprogramma. Er kunnen verschillende oorzaken voor bestaan, maar het kan ook zijn dat er gewoon een variatie in de natuur optreedt. De hoeveelheid afscheiding kan namelijk ook een afspiegeling zijn van hoe het met een vrouw geestelijk en lichamelijk gaat. Daarnaast is in een derde van de gevallen geen oorzaak te vinden. Hoe dan gehandeld wordt is ook onderwerp in dit nascholingsprogramma.

Diagnostiek

In verreweg de meeste gevallen van fluor vaginalis klachten kan de huisarts zelf de diagnostiek verrichten. Hiervoor bestaan twee voorwaarden. De eerste is dat hij voldoende vaardigheid heeft in gynaecologisch onderzoek. Dit is onderzoek van de vrouwelijke geslachtsorganen. De tweede voorwaarde is dat hij fluorpreparaten onder de microscoop kan beoordelen. Zie voor de vervaardiging en betekenis van ‘fluorpreparaten’ onderdeel A3. Een van de redenen om dit onderwerp ook in de nascholing voor doktersassistenten op te nemen is, dat in sommige praktijken de praktijkassistente het onderzoek van een fluorpreparaat onder de microscoop verricht. Of misschien na dit programma gaat verrichten. Zonder fluoronderzoek is in de meeste gevallen geen diagnose te stellen, dat wil zeggen dat de klachten en het gynaecologisch onderzoek onvoldoende informatie opleveren.
In de praktijkruimte dient tevens afname- en transportmateriaal voor microbiologisch onderzoek aanwezig te zijn. Dit onderzoek kan wijzen op het bestaan van een micro-organisme als oorzaak van de klachten. Het plaatselijke laboratorium kan informatie geven over aard en aanlevering van dit materiaal.

Behandeling

Het succes van medicamenteuze therapie van fluor vaginalis staat of valt met de juiste diagnose. In het algemeen is effectieve behandeling mogelijk, behalve bij frequent recidiverende candida-infecties. Die zijn voor de dokter vaak een ramp om te behandelen. Dit wordt wel een ‘crux medicorum’ genoemd. Crux betekent kruis, medicorum betekent van de dokters, dus een kruis van de dokters ofwel een lastig probleem voor de dokters om te behandelen.
De indruk is dat er overbehandeling plaatsvindt voor de klachten van fluor vaginalis, omdat niet altijd  onderzoek plaatsvindt en de diagnose alleen gebaseerd wordt op de klachten. Met name bij de klacht ‘jeuk’ worden er te veel medicamenten voorgeschreven om een vermeende ziekteverwekker te behandelen. In die situaties wordt er dan op gerekend dat er een gist (schimmel), Candida, in het spel is. Die is wel in de helft van de gevallen de oorzaak van fluor vaginalis klachten, maar in de andere helft van de gevallen dus niet!
Niet-medicamenteuze behandeling is aan de orde bij klachten warvoor geen ziekteverwekker gevonden wordt. De huisarts geeft dan uitleg over de normale toestand en functie van de vagina en stelt de patiënte gerust als zij bang is voor ernstige ziekten. Bij blijvende klachten moet gezocht worden naar een eventuele achtergrond voor het voortbestaan van deze klachten.

Accreditatie

Voor dit nascholingsprogramma is voor doktersassistenten 3 punten accreditatie aangevraagd onder ID 112754. Deze punten tellen mee voor herregistratie in het Kwaliteitsregister Doktersassistent.

Inhoud

BLOK A Oorzaken, klachten en diagnostiek van fluor vaginalis

A1 Casuïstiek

A2 Veroorzakers, aandoeningen en klachten

A3 Diagnostiek en diagnosestelling

BLOK B Behandeling van fluor vaginalis

B1 Casuïstiek (vervolg)

B2 (Niet-)Medicamenteuze behandeling

Actie en verantwoording

Antwoorden bij vragen en casuïstiek

Literatuur

Auteur

Gert van Lieshout is arts (voorheen huisarts). Na achttien jaar fulltime huisarts te zijn geweest, is Gert parttime als huisarts gaan werken en is hij zich met nascholing gaan bezighouden. Als een van de oprichters van AccreDidact is hij zestien jaar actief geweest met het ontwikkelen van schriftelijke geaccrediteerde nascholing voor huisartsen, apothekers, doktersassistenten en apothekersassistenten. Momenteel geeft hij mondelinge geaccrediteerde nascholing aan apothekers en ontwikkelt hij schriftelijke geaccrediteerde nascholing.

Belangenconflicten: geen.

Doelstellingen van dit nascholingsprogramma

Algemeen leerdoel: na afloop van deze nascholing weet je wat de belangrijkste oorzaken zijn van fluor vaginalis-klachten en kun je patiënten met vragen of klachten (en daardoor indirect ook de huisarts) op doelgerichte wijze helpen door geïnformeerd voor te lichten, het eventueel kunnen toelichten van nietmedicamenteuze maatregelen of adviezen en het plannen van een afspraak bij de huisarts wanneer dat nodig is.

Dit leerdoel bereik je na het afronden van dit programma, doordat je:

  • de verschillende afwijkingen van fluor vaginalis kent;
  • globaal weet hoe de diagnostiek van fluor vaginalis klachten in zijn werk gaat;
  • de verschillende oorzaken bij de verschillende afwijkingen kent en hebt stilgestaan bij het mogelijk bestaan van een seksueel overdraagbare aandoening (SOA);
  • weet welke niet-medicamenteuze maatregelen genomen kunnen worden;
  • globaal op de hoogte bent welke medicijnen er allemaal voor deze aandoening zijn, wat ze doen, wat de bijwerkingen zijn en hoe gehandeld wordt als de klachten of afwijkingen terugkeren.

Bronnen bij dit programma

Let op: toegang tot aanvullende content is voorbehouden aan deelnemers
Dit programma is niet meer geaccrediteerd en kan daarom niet meer worden gekocht.

  • KABIZ

    KABIZ
  • NVDA

    NVDA

Inloggen